Katholieke Klokken- en Orgelraad



Recente projecten

Grote verschillen

In het afgelopen jaar hebben de adviseurs namens de KKOR zich met veel verschillende projecten bezig gehouden. Een aantal reguliere restauraties, maar ook zijn de adviseurs veel bezig met het vinden van geschikte locaties voor overplaatsing van instrumenten uit te sluiten kerkgebouwen. Op deze plaats zullen steeds enige recent opgeleverde projecten getoond worden.
Zie voor recente projecten met klokken en gelui op de klokkenpagina.


Assendelft, St. Odulphus


Op 20 februari 2014 tekende de parochie van de H. Odulphus in Assendelft een overeenkomst met orgelmaker Flentrop uit Zaandam voor de restauratie van het Vollenbregt/Franssen-orgel in de Odulphuskerk in Assendelft. De demontage van het orgel volgde in de week na Pasen 2014, medio december van dat jaar werd het instrument weer gemonteerd. Op zaterdag 21 februari 2015 presenteerde de parochie het orgel aan de parochianen, de gulle gevers en verdere belangstellenden. Een dag later zegende pastoor Floris Bunschoten het orgel voordat het instrument voor het eerst weer in de mis klonk. Ter gelegenheid van de restauratie bracht het parochiebestuur een brochure uit met de titel Nieuwe jeugd voor een meesterwerk .

Historie
In 1836 maakte Matthias van den Brink, orgelmaker in Amsterdam, een eenklaviers instrument voor de voormalige Odulphuskerk die in hetzelfde jaar gereed was. Dispositieverzamelaar Broekhuyzen vermeldde dat het orgel feitelijk een werkstuk van de befaamde achttiende-eeuwse orgelmaker Christiaan Müller was waarvoor Van den Brink een nieuwe kas vervaardigde. In 1863 maakte Johannes Josephus Vollebregt (1793-1872) een nieuw orgel voor de Odulphusparochie en gebruikte daarbij de kas van Van den Brink. Vollebregt verlengde de frontstijlen en integreerde het nieuwe instrument in de balustrade.
In 1887 werd de oude kerk vervangen door een nieuw bedehuis naar ontwerp van A.C. Bleys. De gebroeders Jan (1823-1887) en Antoon (1846-1914) Franssen, vanaf 1867 gevestigd in Roermond, plaatsten het orgel over naar de nieuwe kerk. Gelet op archiefgegevens gebeurde dat waarschijnlijk niet direct na de bouw van de kerk en pakte men het instrument pas in 1892 in zijn geheel aan. Het eerdere plan voor een bij te bouwen elektropneumatisch zelfstandig Pedaal vond geen doorgang. De Gebr. Franssen plaatsten het orgel op een verhoging op de koorzolder. Waarschijnlijk dateert de huidige kleurstelling van de kas uit deze tijd. De orgelmakers vervaardigden nieuwe balgen, een hoofdmagazijnbalg met twee schepbalgen en een regulateurbalg (schokbalg). Op het Hoofdwerk ruimden de Gemshoorn 4' en Quint 3' het veld voor een Violon 8' en een Flûte harmonique 8'; op het Onderpositief verscheen op een kantsleep een Voix Céleste. De beide tongwerken Trompet en Basson-Hautbois werden vervangen in moderne stijle met gebruikmaking van de oude bekers. De stemtoon van het orgel ging met ongeveer een halve toon omhoog. Het instrument bleef bij latere werkzaamheden ongewijzigd op de plaatsing van een elektrische windmotor na.

Restauratie

Rond de laatste eeuwwisseling overwoog de parochie een dringend noodzakelijke restauratie naar aanleiding van een rapport van de KKOR. De plannen daartoe bleven onuitgevoerd. In 2012 stelde Cees van der Poel namens de KKOR een restauratieplan op. Op basis van onder-zoek in het kerkarchief en het instrument zelf is gekozen voor handhaving van de heterogene situatie Vollebregt/Franssen. Namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waren Rudi van Straten en Wim Diepenhorst bij de restauratie betrokken.
De kas is schoongemaakt en scheuren in panelen gedicht. Beschadigingen van de houtimitatie zijn bijgewerkt en de speeltafelzijde is voorzien van een geheel nieuwe houtimitatie in de bestaande stijl door Jan Muusse (Zaandam). De frontpijpen zijn gepoetst en de labia zijn van nieuwe goudverf voorzien. De claviatuur onderging totaalrestauratie. Het beleg van de ondertoetsen is herordend en deels vervangen in been. De houten stroken met registernamen zijn vervangen door ebben exemplaren met beschrifting uitgaande van de stijl van de oude stroken. De uitgesleten toets- en registertractuur zijn gereviseerd.
Flentrop plaatste een nieuwe motorkist met nieuwe windmotor in het balgenhuis. Verwormde delen van windkanalen en balgbodems zijn vervangen. De balgen kregen nieuwe belering; de schepbalgen zijn dichtgezet. De windladen waren er slecht aan toe en ondergingen restauratie tot en met de cancelramen. De slepen lopen aan beide zijden tussen textielen ringen. De pulpeten zijn vernieuwd, de voorslagen van nieuwe pakking voorzien. De ventielen kregen nieuw dubbel leer. Het bleek mogelijk vrijwel alle oude ventielveren te handhaven. Alle pijpwerk is schoongemaakt en hersteld waar nodig met respect voor de bestaande gemengde factuur. De intonatie van alle pijpen is beluisterd en gecorrigeerd waar nodig. Het klankbeeld van de Vollebregtregisters bleek verrassend origineel te zijn. De winddruk werd gedicteerd door de balgbelasting van Franssen, uitgevoerd als geïntegreerde metalen platen. Het orgel is ten slotte gestemd in de evenredig zwevende temperatuur op de bestaande toonhoogte.

Dispositie
(Registers in ladevolgorde vanaf het front; * = Gebr. Franssen)
Hoofdwerk (II, C-f3)
Cornet 5 st
Prestant 8'
Bourdon 16'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
*Flute Harm[onique] 8'
*Violon 8'
Ged[ekt] fluit 4'
Octaaf 2'
*Trompet bas 8'
*Trompet disc 8'
Onderpositief (I, C-f3) *Voix céleste 8'
Viola di Gamba 8'
Salicionala 8'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Roerfluit 4'
*Basson disc 8'
*Hautbois bas 8'
Pedaal (C-d1) aangehangen aan Hoofdwerk.

Werktuiglijke registers Koppeling (manuaalkoppeling)
Ventiel

toonhoogte: a = 440,5 Hz bij 13,5 °C
winddruk: 73 mm wk.
stemming: evenredig zwevend

Hilversum, 9 mei 2015
Cees van der Poel





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl